Hulp bij het kiezen tussen gelijkwaardige media voor adverteerders in geschreven media. Dit biedt de advertentiecoëfficiënt. Aangezien bezoekers zelf parameters in kunnen vullen in dit instrument, zijn zij altijd verzekerd van een betrouwbare uitkomst.

Wat is de advertentiecoëfficiënt?
Voor de media radio en televisie zijn er respectievelijk luister- en kijkcijfers voorhanden. Deze worden door adverteerders gebruikt bij het bepalen van de kosten van het mediabereik. Onder adverteerders in de geschreven media bestaat de mogelijkheid om zich te verdiepen in het mediabereik per geïnvesteerde euro eveneens, de advertentiecoëfficiënt. Dit meetinstrument is vooralsnog alleen bedoeld om adverteerders van geschreven media inzicht te verschaffen in het bereik van hun advertentiegelden. Voor de nieuwe media is een dergelijk instrument in ontwikkeling. Grootste handicap daarbij is het gebrek aan onafhankelijke meetbare cijfers.

Hoe berekent u de advertentiecoëfficiënt?
Om de advertentiecoëfficiënt te kunnen uitrekenen, dient u te beschikken over twee betrouwbare gegevens, het oplagecijfer, zoals verstrekt door oplage-instituut HOI en de advertentieprijs, die u aantreft op de mediakaart van de uitgevers. Voor een zo betrouwbaar mogelijke uitkomst, wordt onder oplage verstaan alléén de totaal meetbare HOI-oplage. De advertentiecoëfficiënt kunt u berekenen door de prijs van de advertentie in tenminste twee geschreven media te delen door de oplage. Vervolgens zet u de laagste uitkomst op 1, terwijl u de overige uitkomsten relateert aan deze uitkomst.

Een voorbeeld: Blad A met een oplage van 6.900 exemplaren en een advertentieprijs van € 2.000,- heeft een lagere advertentiecoëfficiënt dan blad B met een oplage van 3.500 exemplaren en een advertentieprijs van € 2.000,-. Blad A wordt dan 1. De prijs per contact bedraagt € 0,29, terwijl die van blad B uit komt op € 0,57. De advertentiecoëfficiënt is dan 0,29 : 0,57 of 1 voor blad A en 1,97. Met de advertentiecoëfficiënt kunt u dus op eenvoudige wijze uitrekenen wat het bereik is van uw advertentie per geïnvesteerde euro.

Wanneer toepasbaar?
Let op, het instrument is slechts een graadmeter, waarvan de uitkomst weliswaar betrouwbaar is, maar niet uw eigen afweging vervangt in welk medium u uw advertentie het beste kunt plaatsen. Deze afweging is namelijk van méér afhankelijk, zoals geografisch, sociaal of sectoraal bereik. Toepassing ervan komt dan ook het best tot zijn recht in de afweging tussen soortgelijke uitgaven. Dus niet in een combinatie van een dames- en een roddelblad; een vaktijdschrift voor loodgieters en één voor installateurs et cetera. Het uitrekenen van de advertentiecoëfficiënt helpt u daarom alleen een heel eind op weg bij het maken van een gedegen afweging tussen de media waaruit u kunt kiezen voor het plaatsen van uw advertentie.

Waarom geen onderscheid?
In de advertentiecoëfficiënt is bewust geen afweging ingebouwd voor de soort van de verspreiding. Een abonnement is niet onbetwist een beter contact dan een niet-abonnement, al zal dat in de regel wél het geval zijn. Ook kunnen er achter één contact meerdere personen schuil gaan. Al wil dat laatste niet altijd zeggen, dat dat contact daarom een veelvoud is van het contact waar slechts één persoon achter schuil gaat. Bovendien kan de commerciële waarde van contacten onderling sterk verschillen in achtergrond, beslissingsbevoegdheid en financiële waarde. Tenslotte hangt de waarde van een contact af van de aanbieding van de adverteerder. Een congresorganisator heeft meer aan abonnementen, terwijl een aannemer meer heeft aan meerdere personen per contact.

Doel van deze website?
Het doel van deze website is adverteerders bewuster maken van de mogelijkheid om met het vergelijken en toepassen van de advertentiecoëfficiënt een beter zicht te krijgen op besteding van hun advertentiebudget. Daarnaast kunnen bureaus gebruikmaken van het instrument bij hun afweging tussen de verschillende aanbieders. Hun advies aan klanten zal daardoor evenwichtiger en beter onderbouwd zijn. Voor uitgeverijen is de advertentiecoëfficiënt een handig instrument om hun concurrentiepositie te bepalen. Voor de gezamenlijke doelgroepen geldt: meer meten is beter weten.